Samenwerken in de mode? Krijg de klere

In de populaire serie ‘krijg nou wat’ kon ‘krijg de klere’ natuurlijk niet uitblijven. De uitspraak van deze twee zegswijzen is in het plat Haags. De uitspraak van met name de ‘ij’ en de ‘ei’ is voor niet-Hagenezen vaak wat lastig. Zij kunnen het best effe oefene op ‘Rijswijkseplein’ en ‘konijne pleite’.
Voor de verandering beginnen we eens met een verwijzing. In de blog van 18 februari j.l. waren we blijven steken bij het eind van de opvoeding door pappie en mammie van hun bloedjes. (1) Mammie en pappie waren nog maar nauwelijks klaar met de voorbereiding van wat hun spruiten in de grote-mensen-wereld te wachten staat, of daar kwam de vorige week die oorlog van kameraad Poetin tussendoor. Catastrofes als oorlogsgeweld en agressie zijn natuurlijk uitstekende voorbeelden van de onderlinge concurrentiestrijd. Het was dan ook logisch om daar een ingelaste blog aan te wijden, maar we moeten wel vooruit met de geit. We pakken de draad dus weer op bij de jong volwassene die net op eigen benen staat. Zoals gezegd is het kind door de ouders, op scholen en sportclubs, door middel van zangcompetities en computerspelletjes intensief voorbereid op de nakende ‘struggle for life and survival of the fittest’ en gaat dat vervolgens zelf in praktijk brengen. Niks mis mee toch? Ieder mens doet dat natuurlijk op zijn eigen wijze. De een komt in de oorlogsbusiness terecht, de ander in de landbouw, een derde gaat bij een bank werken, de vierde in de gasindustrie, de volgende wordt chirurg en nummer zes heeft wel wat met mode en met kleren. Nu is er toevallig net een uitzending op onze oude vertrouwde televisie over de handel en wandel van kleren. Ze leggen daarin alle onderdelen van de kledingketen bloot, vanaf het irrigeren van de katoenplantjes in de woestijn tot en met het dumpen van onze afdankertjes, zoals uit de mode geraakte cocktailjurkjes en uitgelubberde push-up bh’s, op vuilnisbelten in Afrika. Bovendien besteden ze aandacht aan alles daartussenin, zoals aan consumenten- en producentengedrag, marktwerking, wereldwijde transportstromen, gedwongen kinderarbeid, uitputting van het milieu en klimaatschade. Dus dat klinkt interessant zeker voor een jong volwassen schoolverlater, die zich aan het oriënteren is op een veelbelovende carrière, wel wat heeft met kleding en mode, maar ook met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. We zien twee onderzoeksjournalisten die alles tot op de draad hebben uitgezocht. Zij ondervragen nietsvermoedende consumenten over de grootte van hun inloopkasten en over funshoppen en laten vervolgens alle problemen die met onze zeden en gewoonten gepaard gaan de revue passeren. Ze praten over werkelijk niets anders dan ellende, zoals over het enorme waterverbruik van een katoenstruik, over rijke handelaren die broodmagere boertjes uitknijpen, over kosteneffectieve werkverschaffing aan kinderenhandjes, over bloedhete naaiateliers in lage-lonen-landen, over het verstoken van zware stookolie door enorme zeeschepen, over gevechten om marktaandeel door grootwinkelbedrijven en over de steeds slechtere kwaliteit van onze kleren. Vroeger ging een manchester broek een leven lang mee, maar tegenwoordig wordt een slim fit T-shirt of een stretch-corduroy pantalon al snel als tweedehandsje gedoneerd aan het een of andere goede doel. Vervolgens zien we hoe het Leger des Heils met onze afdankertjes in haar maag zit. Met vintage valt er nog wel te marchanderen in Oost-Europa, maar voor puur retro bestaat alleen belangstelling in Afrika. De slotbeelden zijn ronduit deprimerend. We zien broodmagere Afrikaanse vrouwen met honderd kilogram zware balen op het hoofd balanceren op weg naar het strand, waar nog wat stonewashed spijkerbroeken worden verhandeld en de branding het kokosnootstrand bevrijdt van de overige totaal waardeloze winkeldochters. (2)
Zo werkt concurreren in de kledingketen. Concurrenten hebben niets met de lange termijn en met visies of vergezichten. Zij zijn druk met overleven en kijken niet verder dan hun neus lang is. Concurreren staat niet voor optimaliseren maar voor suboptimaliseren. De concurrent voelt zich niet verantwoordelijk voor het voortbestaan van de medemens. Hij of zij tracht slechts in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk rendement uit zijn of haar businessje te persen. Vergeleken met alle ins- en outs- van het klimaatprobleem is het kledingketenprobleem niet zo heel lastig om op te lossen. Althans wanneer mensen samenwerken. Of krijgen we liever de klere?

Verwijzing:
(1) Zie de blog ‘Concurreren moet je leren’ van 18 februari 2022. Dit is de link: https://huibpapenhuijzen.auteursblog.nl/artikel/14022
(2) Zie het KRO-NCRV-televisieprogramma ‘De prijsknaller’ aflevering 1 (kleding) van 11 februari 2022. Dit is de link: https://www.npostart.nl/de-prijsknaller/11-02-2022/KN_1728912. De laatste jaren waren er overigens diverse publicaties over dit onderwerp, onder meer van de BBC. Google maar even.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen



De geur van het leven en de stank van de dood

Neppen is ingeburgerd

Slecht geslapen

Code rood: de paashaas komt

Het leuke in de mens