Kapitalismus kladderadatsch

Beloofd is beloofd, we zouden het nog even hebben over onze vooruitgang. (1) Het kan natuurlijk aan mij liggen, maar uit het nieuws blijkt niets van enige grote sprong voorwaarts. Die vermaledijde Grote Sprong Voorwaarts van absoluut heerser Mao aan het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw was zelfs het volstrekte tegendeel van vooruitgang.
Verslaggevers jeremiëren iedere dag opnieuw over alle problemen waarmee we te kampen hebben, maar hun weeklagen bevat geen nieuws. Het is niet meer dan de monotone repetitie van de rampzalige gevolgen van onze onderlinge strijd. Voor reporters is een dag zonder ophef een dag niet geleefd en een maand zonder crisis komkommertijd. Reuring in de tent is goed voor de oplage, de kijkcijfers èn de omzet.
Dat de sedentaire mens zichzelf voortdurend in moeilijkheden brengt was in de naargeestige negentiende eeuw voor enkele toenmalige piskijkers de aanleiding om, zoals concurrenten dat gewend zijn, iemand of iets, bij voorkeur iemand daarvan de schuld te geven. Zij verkozen als pispaal 'Das Kapital' en dweepten met hun 'Kritik der politischen Ökonomie'. Nou, dat hebben we geweten. De hele wereld zou instorten als gevolg van de economische uitbuiting van het volk door een handjevol steenrijke grootgrondbezitters en machthebbers. Nu is economie een interessant aandachtsgebied om geld- en goederenstromen mee te analyseren, maar het menselijk gedrag kun je er niet mee verklaren. Dat steekt wat ingewikkelder in elkaar, zoals we de vorige keer al even bespraken toen we het over onze emotionaliteit hadden. (2) Het leven in de negentiende eeuw was voor de meeste mensen, of ze nu woonden in grote steden of op het platteland, inderdaad één grote ellende. Hun leven in armoede, hun uitbuiting, slavernij en dwangarbeid ten faveure van de heersende elite en hun totale afhankelijkheid en ondergeschiktheid waren ronduit stuitend - we hebben er zelfs een speciaal woord voor: mensonterend. Maar hoe gek het ook klinkt, die onterende situatie was ook toen niets nieuws. Het was zelfs niet erger dan het geweest was.
De dramatische omslag in het gedrag van de mens ontstond namelijk pak ‘m beet twintigduizend jaar geleden toen hij begon te boeren. Legendarisch zijn de vier simpele woordjes van de eerste jager-verzamelaar, die zijn akkertje afbakende met wat sloten en stokken en zijn medemens meedeelde: ‘Dit is van mij’. Vanaf het ontstaan van de landbouw werd ongelijkheid tussen mensen normaal, want ze was een rechtstreeks gevolg van de onderlinge competitie. Had de verlichte schrijver Jean-Jacques Rousseau maar twintigduizend jaar geleden geleefd in plaats van in de achttiende eeuw. Dan had hij meteen op kunnen treden in plaats van pas later te verzuchten: ‘Van hoeveel oorlogen, misdaden en moorden, van hoeveel verschrikkingen en ellende zouden wij niet verlost gebleven zijn wanneer iemand die stokken uit de grond had getrokken en de sloten had gedempt en de mensen had toegeroepen: “Pas op voor deze ellendeling. Je bent verloren als je vergeet dat de vruchten van de aarde van ons allen zijn en de aarde van niemand.” ’ (3)
Maar het is nooit te laat om aan onze 'Verelendung' een einde te maken. We gaan weer samenwerken. Als vanouds. Beter laat dan nooit. Toch?

Verwijzingen:
(1) Zie de blog ‘Concurreren, oliedom’ van 10 september 2021. Dit is de link: https://huibpapenhuijzen.auteursblog.nl/artikel/12560
(2) Zie de blog ‘Vlinders in mijn onderbuik’ van 15 oktober 2021. Dit is de link: https://huibpapenhuijzen.auteursblog.nl/artikel/12858
(3) Deze paragraaf is gebaseerd op mijn binnenkort te publiceren onderzoek naar samenwerken of concurreren. De geciteerde zinnen zijn uit het ‘Vertoog over de ongelijkheid’ van Jean-Jacques Rousseau, in de vertaling van Ton Lemaire.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Reacties

leuke blog, tijdens school gelezen lol
kick vos, op 11-11-21
Geniet ervan.


De geur van het leven en de stank van de dood

Neppen is ingeburgerd

Slecht geslapen

Code rood: de paashaas komt

Het leuke in de mens